|
Karel Wasch interviewt Iris Van de Casteele Zijn er dichters of dichteressen geweest die je inspireerden? Eigenlijk hebben gedichten van andere dichters mij weinig geïnspireerd, hoe sterk ik er ook door ontroerd werd. Mijn inspiratie haal ik eerder uit het gesprek met een mens, of met een boom, zelfs met een steen. Ik sta soms stil bij wat zij me allemaal te vertellen hebben. Toch zijn het vooral onrecht en onmacht die me raken. Ik heb nooit veel poëzie gelezen toen ik jong was, eerder romans, biografieën en dit soort dingen. De dichter Paul Snoek leerde ik pas kennen toen ik 38 was. Ik kocht in maart 1970, op een Brusselse boekenbeurs, de verzamelbundel Paul Snoek: Gedichten 1954-1968. Tijdens het lezen voelde ik me diep bewogen en tegelijk verstrengeld met zijn poëzie. Ik schreef hem een brief en we werden innige vrienden. Of hij invloed heeft gehad op mijn werk? Ik zou het echt niet weten. Het oeuvre van Nederlandse dichters kende ik slechts bij uitzondering. Daar kwam verandering toen ik Internet leerde kennen. Is er één of andere anekdote het vermelden waard over je kennismaking met Paul Snoek? Nadat Paul mijn brief ontving belde hij me meteen op. Het was sympathie op het eerste gezicht. We hebben uren zitten praten over van alles en nog wat. Hij was Oost-Vlaming en een dichtende Boogschutter zoals ik. Stof genoeg voor een eerste kennismaking. Het viel ons op dat we veel op elkaar leken qua karakter, en dat onze innerlijke zoektocht dezelfde was. Ik woonde toen in een nieuwbouwwoning die nog niet helemaal was afgewerkt. De putten in de vloer waren nog open. De verwarmingsradiatoren ontbraken nog, ook de roosters. Toen Paul afscheid nam ging ik naast hem staan om te voorkomen dat hij in één van die putten zou vallen. Ook hij wilde mij beschermen, en door dit onverwacht gebaar tuimelde ik in de put, mijn rechterscheenbeen schurend aan één van de ijzers waarop de roosters moesten komen. Ik jankte als een puppy van de pijn. Je moet dat maar eens navoelen je scheenbeen ergens tegenaan stoten. Verschrikkelijk hoor. Het litteken dat ik eraan overgehouden heb, is nog steeds zichtbaar. Hoe zou je willen dat een met bloed bezegelde vriendschap verloren gaat? Paul gaf me later nog een viooltje als troostpleister cadeau; ik heb het gedroogd en bewaard. Je hebt ook de dichters Bert Decorte, Hektor Van den Eede en Atze van Wieren persoonlijk leren kennen?
De
Nederlandse dichter die je vernoemt, leerde ik via internet kennen. Atze
van Wieren is Fries. Hij schrijft boeiende gedichten die me bijzonder
raken. Wat hij schrijft over zijn vader zou ik over mijn moeder kunnen
schrijven. Bert Decorte en Hektor van den Eede zijn Vlamingen. Via Van den
Eede kwam ik in aanraking met het blad Dietsche Warande & Belfort. Ik heb
toen deelgenomen aan één van hun literaire weekends. Aan tafel zat ik
naast Rients Slippens, een Nederlander die ik nog altijd dankbaar ben. We
kwamen in gesprek en wisselden onze adressen uit. Hij schreef me een
brief, (die ik al 33 jaar lang bewaar) waarin hij inging op gedichten die
ik hem had gestuurd. Het kwam er op neer dat hij meende dat ik talent had
maar te 'Kloosachtig' schreef. Voor het eerst ging ik toen gedichten van
Willem Kloos lezen en begreep de verwijzing meteen. Ik moest die
ouderwetse stijl van me afgooien, die niet paste bij mijn persoonlijkheid,
en bovendien niet van deze tijd was. Wat me vooral opvalt is dat het mannelijke dichters zijn met wie ik het vaakst contact kreeg, (of zij kregen langs een of andere weg contact met mij). Er zijn natuurlijk ook dichteressen die me nauw aan het hart liggen. Dat je op één en dezelfde golflengte zit, voel je aan. Je leest een gedicht en je wordt getroffen. Je denkt: 'Zo denk en voel ik ook.' Je weet dat je niet alleen bent op je zoektocht met je soms vreemde gedachten, en op te lossen raadsels. Wanneer ik een gedicht lees dat me raakt, zoek ik de mens die erachter zit. Ik vraag me dan af hoe goed of hoe slecht het hem of haar gaat of ging. Velen lijden zoals ik aan 'Weltschmerz'. Op een gegeven moment ben je ook gaan uitgeven? Dank zij André Van Laere zag mijn eerste bundel Witte Silhouetten in 1984 het licht. Daarin staan 21 gedichten naast 21 tekeningen van hem. Ofschoon André jezuïet was, en ik wat hij noemde een 'andersdenkende', hadden we soms urenlange, verrijkende, filosofische gesprekken. Hij tekende, schilderde, schreef, was poësis leraar, had filosofie gestudeerd, enfin, een erudiet en bijzonder dierbare vriend van wie ik gedurende achttien jaar veel heb opgestoken qua inzicht en zelfontplooiing. Intussen had ik 'Literair Maldegem' -een pagina van het weekblad Vrij Maldegem- omgedoopt tot 'De Poëzietuin'. Tegelijk werd ik bestuurslid van de Brusselse uitgeverij Dilbeekse Cahiers. Mijn integriteit werd daar meteen op de proef gesteld. Vandaar dat mijn idee -zelf een kleine uitgeverij op te starten- als vanzelf vorm aannam. Ik ging mijn licht opsteken bij Frans Fransaer, een gekende hoogbegaafde, fijnzinnige schrijver en dichter, én uitstekend criticus. Bij een straffe pint bier en een glaasje port werd De Distel boven het doopvont gehouden. De opzet was twee dichtbundels per jaar uitgeven. Hoe beoordeelde je dan wat goed of slecht was? Het werk van de auteurs -gevestigde of debutanten- moest beantwoorden aan een paar criteria. Het moest écht zijn en geen gekunsteld geschrijf zoals modegrillen en trends het ingeven, en vooral geen cerebraal bijeen geflanste verzen. De uitgeverij krijgt, naast waardevolle bundels, ook rommel toegestuurd. Zo weigert De Distel pertinent bundels uit te geven waarin platvloerse gedichten voorkomen. Verder wordt altijd gekozen voor luxueus papier van zeer hoge kwaliteit. Er werden tot op heden meer dan dertig bundels uitgegeven, wat ietsje hoger dan het streefcijfer ligt. Het blijft dus bij het vooropgestelde doel: kleinschalig en fijnzinnig. Vorig jaar organiseerde je een dichtersbijeenkomst, waarom was dat? In 2002 werd het twaalfjarig bestaan van De Distel gevierd. Er werd een feest gebouwd waarop 120 genodigden, bijna allemaal dichters vergezeld van hun wederhelft of vriend of vriendin. Tegelijk werd er een bundel uitgegeven waarin 49 Nederlandstalige dichters, wonend in vijf verschillende landen, onderdak vonden. De receptie was ten huize van De Distel. De toespraken werden gehouden in één van de feestzalen van Ganshoren, een deelgemeente van de stad Brussel. Dirk van Babylon en ik, die het feest organiseerden, hebben er alles aan gedaan om wat subsidie los te krijgen van de Vlaamse Gemeenschap, helaas tevergeefs. Daarom heb ik alles wat er bij dit grote feest kwam kijken zelf bekostigd, uitgezonderd de wijn, het gemeentebestuur gaf die cadeau. De kosten van de uitgave van de verzamelbundel Distelbloemen werden ten dele gedekt door de dichters, die een participatiebedrag stortten waarvoor ze twee verzamelbundels in ontvangst mochten nemen. Je beheerst verschillende talen (Frans, Duits, Spaans, Vlaams), is er verschil om er in te dichten en waarom koos je uiteindelijk voor Vlaams? Het verheugt me dat je zegt dat ik in het Vlaams dicht omdat het mijn moedertaal is. Het is echter een taal die hoort bij het Algemeen Nederlands; wat jij Vlaams noemt is niets anders dan Algemeen Nederlands. Toen ik met zeventien mijn geboortestreek verliet, ben ik in Brussel talen gaan studeren. Ik bleef er twintig jaar wonen. Sinds vier jaar woon ik er opnieuw, samen met mijn echtgenoot. We keerden terug uit Paraguay waar we ons gevestigd hadden, als geïmmigreerde Uruguayaans-Belgische burgers. Ik heb zes talen gestudeerd (als je Vlaams erbij neemt zeven), en een tijdje lang mijn brood verdiend als vertaalster. Alles wat ik op poëtisch gebied heb vertaald deed ik pro deo. Ik vertaalde gedichten van onder andere Paul Celan, Naoum Yakimov, Luis Feria, en vele andere. Ik heb altijd in méér dan in één taal gedicht, altijd volgens de omstandigheden, voortgaande op mijn intuïtie en gevoel. Ik kan niet dichten vanuit één of andere verbeelding. De taal waarin ik dicht moet het werkelijk beleefde weergeven. Ware dichters hebben elk hun eigen beeldspraak, wat helemaal iets anders is dan verbeelding. Zo heb ik het geluk -naast die beeldspraak- telkens in die taal te kunnen dichten die past bij mijn emoties en bij mijn kwetsuren, die tegelijk die van de lezer kunnen zijn. Wat spreekt je zo aan in het werk van Eduardo Galeano? Frans Fransaer maakte mij op hem attent. Hij stuurde mij een krantenartikel waarin gewezen werd op het pas verschenen boek El libro de los Abrazos, of "Het boek der Omhelzingen". Het was één grote, prangende ontdekking. Ik vertaalde de hele inhoud in het Nederlands en nam er achteraf brokstukken uit en voorzag ze van commentaar. Al die artikelen verschenen week na week in De Poëzietuin. Het werd een heus boek dat ik "Galeano omhelsd" getiteld heb. Je hoeft maar een paar bladzijden te lezen om te weten dat de auteur het opneemt voor onderdrukte en uitgebuite volkeren. Hij komt op tegen armoede, geestelijke en andere, tegen verpaupering, tegen analfabetisme. Hij strijdt met de pen waar Che Guevara met wapens heeft gestreden. Nu en dan verzacht hij de smaak van de bittere amandelen met een kwinkslag of een poëtische noot. Hij is in de allereerste plaats een mens die zich inzet voor de medemens. Door de dichteres Alba Roballo, die als minister van Cultuur onmiddellijk ontslag nam toen de militaire dictatuur in Uruguay haar aanvang nam, leerde ik Galeano wat nader kennen. Alba had me uitgenodigd bij haar in Montevideo een paar weken te komen logeren, wat ik deed. Ze zei: 'Je moet absoluut Galeano leren kennen,' en belde hem meteen op. Achteraf ben ik toen nog een paar keer schriftelijk in contact geweest met hem. Ik ken niemand die over politieke wantoestanden zo intens en zo pakkend schrijft als Galeano het doet. In diezelfde zin pleit mijn bundel Che eveneens voor meer sociale rechtvaardigheid. Je vertaalde uit het Russisch. Heb je ooit Russische dichters persoonlijk leren kennen? In 1971 reisde ik voor het eerst naar Pitsoenda, in Georgië, toen nog behorende tot de Sovjet-Unie. Ik kwam terecht in een groepsreis waarvan ik me meteen afzonderde. We hadden bij de heen- en terugreis telkens drie dagen oponthoud in Moskou. De eerste avond al bezocht ik in mijn dooie eentje het restaurant van het hotel waar ik logeerde. Daar werd ik aan tafel rechtover een Russisch paartje geplaatst. We kwamen in gesprek en spraken af elkaar terug te zien. Zo leerde ik Valja Ky kennen, een intelligente, aardige meid van 21 die me de volgende dag rondleidde in de universiteit waar ze logopedie studeerde. Bij mijn terugkeer wachtte ze me op; we brachten opnieuw vele uren samen door. In 1973, nadat we zonder onderbreking met elkaar hadden gecorrespondeerd, ontmoette ik haar opnieuw. Ze stelde me Oleg Goerba voor; een kunstschilder waarop ik meteen verliefd werd. Kort daarop ging het opnieuw naar Pitsoenda. Deze keer waren we met zijn vieren. Valja met haar vriend en ik met mijn Russische verloofde. Stel je voor: zon, zee, strand, wijn, jeugd, liefde, vrienden, vrije tijd: de heerlijkste dagen uit mijn leven waren aangebroken. Op een middag gingen Valja en ik fruit kopen op de markt terwijl onze mannen een zonnebad namen op het strand. Vlakbij was een huwelijksfeest aan de gang: draaiende spitten vol geroosterd vlees, muziek, gezang, lachende mensen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld betrof wenkte het jonge echtpaar ons toe deel te nemen aan het feest. We werden er getrakteerd op champagne en vodka; ik kan je verzekeren dat de champagne uit de Krim de beste van de wereld is, zodat ik helemaal in de wolken was. Ik moet die dag een speciale beschermengel hebben gehad want ik danste minutenlang -onbezeerd- op blote voeten tussen hopen glasscherven, aangemoedigd door handengeklap en luidruchtige kreten. Zo'n belevenis is onbeschrijflijk. De bergen van de Kaukasus alom, het aroma van Azië, getaande mensen die sterk op de Grieken gelijken, niet alleen uiterlijk, want ook zij gooien glazen in duizend scherven, de gastvrijheid en uitbundigheid waaraan je niet ontsnapt, kortom, een surrealistische wereld waarin ik gedurende enkele uren ondergedompeld werd. Met onze bruisende lach -elk een fles champagne onder de arm- ging het naar het hotel toe.Ik zal je maar besparen hoe we 's avonds werden ontvangen door onze geliefden! Via Oleg heb ik achteraf de dichter Naoem Yakimov leren kennen. Hij was docent. Van hem heb ik gedichten vertaald en laten verschijnen in De Poëzietuin; ik heb nog steeds contact met hem. Mijn geplande huwelijk met Oleg liep op de klippen door de toenmalige bureaucratie in zijn land. Dat is een triest en lang verhaal. Met Valja ben ik eveneens bevriend gebleven. In haar leven, net als in het mijne, hebben veel tragische gebeurtenissen plaats gevonden, zo werd bijvoorbeeld haar dochter blind geboren. Zou je een kort overzicht van je eigen bundels kunnen geven qua inhoud, ontwikkeling en thematiek? Er zijn achttien bundels uitgegeven, drie andere (nog) niet. Ik denk aan een abecedarium; er ontbreken nog maar weinig beginletters van de bundeltitels om het complete abc te voltooien. Ik sta soms versteld van hoe goed ik overeind ben gebleven bij zoveel tragische gebeurtenissen in mijn leven. Naarmate ik ouder werd, ben ik nog meer en dieper gaan nadenken over wat het leven inhoudt. Ik heb veel haikuverzen geschreven, want zelfs de kleinste dingen om me heen observeren heeft me oneindig veel geleerd over mezelf als microkosmos, en over die macrokosmos waarvan ik denk voor een goed deel het geheim te hebben achterhaald. Al mijn bundels verschillen van inhoud, dat gaat van het simpelste kindergedicht tot gelaagde gedichten. "Naveltekens" bevat cryptische gedichten. "Emma" is mijn meest dierbare bundel, "Heidens heilig", mijn sterkste, "Paradijsvogels" mijn meest erotische. Ik voel me nauw betrokken bij mijn metafysische gedichten. Hierin zie ik heel duidelijk het oerreligieuze en raadselachtige afgetekend. Ik heb vaak en veel lief gehad, bijna iedereen en alles. Ik heb mij volledig gewijd aan de dichtkunst en er de nodige ruimte voor geschapen. Daardoor was ik niet altijd met mijn gedachten bij wie en wat me lief en dierbaar was en is. Je zou dus kunnen stellen dat de thematiek vooral 'gemis' is. Doch dat is niet helemaal juist. Nu ik zes decennia levenservaring van op afstand bekijk, én het pak gedichten dat ermee gepaard gaat, stel ik vast dat ik ongelooflijk veel geluk heb gehad. Niet alleen heb ik veel liefhebbende, attente mensen leren kennen die mijn leven inhoud hebben gegeven én geven. In die zin heb ik ook veel te danken aan mijn echtgenoot, een begaafd harpist, die me in kringen introduceerde waarvan ik als kind van eenvoudige afkomst nooit had kunnen dromen. Vier jaar geleden ben ik door het oog van de naald gekropen. Tijdens mijn herstel schreef ik de bundel "Uitstel van executie", die ik opdraag aan mijn chirurg. Zo heeft elke bundel een reden van bestaan. Al mijn bundels samen zijn het gecondenseerd levensverhaal van een gewone mens die een buitenaards wezen in zich herbergt. Samen regenereren en ordenen ze de chaos waarop ten slotte alle poëzie berust. Noem een stuk of vier of vijf gedichten uit je begin- en middenperiode, misschien tot aan de bundel Che. Welke genieten je voorkeur? Als je het mij toestaat zou ik er één willen aanduiden dat nagenoeg alles zegt wat ik bij deze gelegenheid had willen zeggen. Amplitude
Iets als van
vuur
geen ode
maar een zon
van
scharlaken
een sacraal
moment En misschien nog een kort versje uit CHE -een bundel die ik samen met de Argentijnse fotograaf Jorge Horacio Pousa heb uitgegeven- aangevuld met de foto van een Argentijns kind, dat mij een krop in de keel bezorgt.
Een kind
zoekt iets eetbaars Je laatste bundel Metamorfoses kun je daar nog iets over vertellen en over je schrijfplannen voor de toekomst? Metamorfoses beschouw ik als eerbetoon aan de dichter Paul Snoek. De bijzondere vriendschap die mij met hem verbond, heb ik op deze wijze willen koesteren en gestalte geven. Alle facetten van mijn wezen heb ik belicht in mijn dicht- en schrijfwerk. En omdat ik denk dat ik als dichteres mijn tijd ver vooruit ben, heeft de toekomst niet veel geheimen voor mij. Hoe ook, tussen distels en klaprozen, die me aan mijn geboorteplek herinneren, ligt nog een verre, kosmische reis in het verschiet. Misschien vloeit daar ooit nog andere inspiratie uit voort? Website Iris Van de Casteele - http://www.coquelicot.com.py/
Karel Wash,
OpSpraak, Amsterdam, jaargang 9, nummer 23, najaar 2003 |